|
Written by R Berendsen
|
|
Saturday, 03 January 2009 |
|
Naar aanleiding van mijn expeditie naar de Cho Oyu in 2006, schreef ik een kort verslag van de weg naar de top.
“ Ik kijk omhoog en zie links van me dat we nog een hele weg te gaan hebben. Ik zet een stap… neem vier diepe teugen adem alvorens ik weer een stap kan zetten. James, een Brit uit Londen, loopt voor mij en ik hoor hem ademhalen door zijn zuurstofmasker. Het is een ongewone ervaring, een ongelovelijk tekort aan zuurstof te hebben. James heeft besloten deze beklimming met zuurstof te proberen, ik gebruik geen extra zuurstof tijdens deze beklimming wat ik ook zeker merk. Ik probeer hem te benaderen om zo samen verder te lopen. Het kost erg veel moeite om een ritme te handhaven en ondanks dat ik geen zuurstof gebruik kan ik James op dit wat vlakkere deel van de beklimming goed bijhouden. De lucht is strak blauw en we lopen op een eiland in een zee van wolken. Het is koud, er waait een forse wind die snijdt in mijn huiddelen die ik niet bedekt heb. Het is alweer 6 uur en 30 minuten geleden sinds we vertrokken vanaf kamp 3 op 7600 m hoogte. Die morgen was ik er zeker van dat ik mijn klimgordel in de tent goed had aangedaan. Ik had er namelijk bij nagedacht en vond dat dat nog redelijk ging op deze extreme hoogte. Buitengekomen blijkt dat ik er helemaal naast zit en mijn gordel heb ik wel degelijk achterstevoren aan. Het duurt dan minstens weer 15 minuten voordat alles zit zoals het moet zitten en we kunnen vertrekken. Liga, een vrouw uit Letland moet na 30 minuten haar toppoging staken wegens een vervelende hoest, die haar al weken parten speelt en haar nu zover uitgeput heeft dat ze de top moest vergeten. Mark, onze assistent expeditieleider start deze morgen al helemaal niet omdat hij zeer slecht geslapen heeft. Zijn darmen protesteren tegen deze hoogte. Uiteindelijk blijven James, Pumbu, Pasang en ik over. We vertrekken in alle vroegte richting een van de daken van de wereld. Daar is die dan, de top. Het ziet er anders uit dan ik me had voorgesteld. Het is een vlakte van enkele 10 tallen vierkante meters. Ik loop naar de gebedsvlaggen die daar zijn achtergelaten door eerdere klimmers en wordt gegrepen door het uitzicht. Vanaf hier zie ik Chomolungma, alsof ik er zo naar toe kan lopen. Chomolungma, de moeder godin van de wereld. De Sherpas geloven in de goden van de bergen. Everest, genaamd naar Kolonel Sir George Everest, heet in Sherpa taal Chomolungma. Cho Oyu en Makalu waren eens verliefd op Everest, ze koost voor Makalu en daarom heeft Cho Oyu haar de rug toegekeerd en van deze rug kijk ik nu haar richting uit. Het is een oogverblindend uitzicht, een emotioneel moment dat de rest van mijn leven in mijn gedachten zal blijven. Deze bergen hebben een rijke geschiedenis en schrijven die nog elke dag. Enkele dagen geleden is op de terugweg die ons nog te wachten staat een klimmer verongelukt. Op zo’n moment realiseer je je weer dat je heel erg kwetsbaar bent in deze verraderlijke omgeving. De top is dus niet het doel, we moeten veilig naar beneden zien te komen.” |
|
Last Updated ( Saturday, 03 January 2009 )
|