|
Written by R Berendsen
|
|
Tuesday, 23 December 2008 |
|
Mortality on Mount Everest, 1921-2006: descriptive study Firth et al. BMJ 2008; 337:a2654-9 Deze studie is geschreven met als doel om het mortaliteitspatroon te bepalen onder de klimmers op de Mount Everest (8848 meter) gedurende een periode van 86 jaar.
Het is een beschrijvende studie waarin 14138 “mountaineers” zijn geïncludeerd, bestaande uit Sherpa’s en klimmers. De mortaliteit van “mountaineers” boven basis kamp was 1,3% en de overledenen kunnen worden ingedeeld in verschillende categorieën. De auteurs maken een onderscheid tussen traumatisch, niet-traumatisch (hoogteziekte, hypothermie en acute dood met onbekende oorzaak) en verdwijning.Een belangrijke bevinding is dat van de doden die vallen boven de 8000 meter er een groot deel op de terug weg waren van de top (56%), zie figuur.  De tijd die de klimmers nodig hebben om de top te bereiken is ook een belangrijke risicofactor, naar mate een beklimming langer duurt, zal de kans op overlijden toenemen. Ook vermoeidheid, ataxie en cognitieve veranderingen kwamen vaker voor bij de overledenen. Deze klinische kenmerken horen bij hoogte hersenoedeem en beperken de kans op overleven in zo’n bizarre omgeving. Dus extreme vermoeidheid en een langdurige toppoging vergroten de kans op overlijden op Everest. |
|
Last Updated ( Tuesday, 23 December 2008 )
|