Advertisement
Sunday, 20 May 2012
 
 
 
 
Home arrow Fysiologie arrow Zuurstofdissociatiecurve
Main Menu
Home
Doelstelling
Fysiologie
High Altitude Pulmonary Edema
High Altitude Cerebral Edema
Acute Mountain Sickness
Chronische aandoeningen
Expedition
Agenda
Hoogtelongoedeem database
ISMM
Media
Index
Zuurstofdissociatiecurve PDF Print E-mail
Written by R Berendsen   
Sunday, 14 September 2008

De zuurstofdissociatiecurve is de curve die de chemische reactie van zuurstof met hemoglobine, de relatie tussen gesatureerd hemoglobine en PO2, weergeeft. Deze relatie is niet-lineair. De curve is van fundamenteel biologisch belang en heeft een sigmoïdale vorm door de toename van de affiniteit van hemoglobine voor zuurstof nadat de eerste moleculen zijn gebonden aan hemoglobine.  De relatie is afhankelijk van temperatuur, pH, CO2 en 2,3-DPG concentratie.   

In 1925 is de vergelijking voor de curve ontwikkeld door Adair.(Adair, 1925) Hij gebruikte vier coëfficiënten die eerder beschreven zijn in het hoofdstuk hematologie. Kelman heeft 40 jaar later de formule aangepast en hij maakte gebruik van zeven coëfficiënten.(Kelman, 1966)

Vergelijking 1: De variabelen a1= -8.5322289 x 103; a2 = 2.1214010 x 103; a3 = -6.7073989 x 101; a4 = 9.3596087 x 105; a5 = -3.1346258 x 104; a6 = 2.3961674 x 103; a7 = -6.7104406 x 101.  staat voor de PO2. 

Deze formule kan gemakkelijker geschreven worden met hetzelfde resultaat bij PO2 waarde boven de 4kPa (30 mmHg), er moet echter rekening gehouden worden met het feit dat deze vergelijking geen rekening houdt met de plaats van de zuurstofdissociatiecurve:(Severinghaus, 1978) 

  

Vergelijking 2: PO2 waarde in kPa; SaO2 is percentage. 

Factoren die van invloed zijn op de plaats van de curve

Verschillende fysiologische en pathologische veranderingen in de chemie van het bloed zorgen voor een verandering van de curve. Het gevolg van de veranderingen zal zijn dat de curve zal verschuiven langs de x-as, de kant is afhankelijk van de betreffende verandering in chemie van het bloed. Een frequent gebruikte benadering om na te gaan wat de verschuiving is van de curve is om te kijken naar de PO2 bij 50% saturatie. Onder normale omstandigheden zal dan de PO2 rond de 26,3 mmHg (3,5 kPa) liggen. Dit wordt de P50 genoemd. Op deze manier kan een verschuiving van de curve beschreven worden (zie figuur 1).

Figuur 1

 

Figuur 1: De dissociatie curve van volwassen bloed vergeleken met foetaal bloed. De P50 geeft de waarde van de PO2 weer bij 50% saturatie. NB. Foetaal bloed heeft een links verschuiving wat past bij het milieu waar de foetus in verkeerd.

Figuur 2

Figuur 2: Het Bohr effect. De rode curve geeft de normale curve weer. De twee andere curve zijn het gevolg van een andere zuurgraad, resp. acidose (groen) en alkalose (blauw). Het veneuze punt wordt bepaald door een gefixeerd arterioveneus verschil van 25%. Uit de curve kan worden afgelezen dat een alkalose de veneuze PO2 doet afnemen en een acidose de veneuze PO2 doet toenemen. Weefsel PO2 is gekoppeld aan veneuze PO2.

Het Bohr effect. Als gevolg van een daling van de pH van het bloed, zoals te zien is in figuur 2, en een toename van het CO2 gehalte in het bloed zal zuurstof makkelijker los komen van hemoglobine. Dit is een heel logische reactie. In de weefsels zal door deze rechtsverschuiving van de zuurstofdissociatie curve meer zuurstof kunnen worden afgegeven. Wanneer de intensiteit van de arbeid toeneemt zal er meer CO2 door de weefsels geproduceerd worden en zal de zuurgraad dalen, en neemt tevens de temperatuur toe, waardoor er meer zuurstof nodig is om geen zuurstof schuld op te bouwen. Het Bohr effect help hierbij. Hieruit kunnen we ook opmaken dat de temperatuur ook een belangrijke rol speelt bij de plaatsbepaling van de curve. In het geval van hypothermie verschuift de curve naar links waardoor het hemoglobine zuurstof makkelijke bindt in de longen maar de afgifte in de weefsels is gereduceerd.

Kwantitatief weergeven van de verplaatsing van de zuurstofdissociatiecurve. Het schatten van de saturatie op basis van de PO2 door gebruik te maken van de gemodificeerde Kelman vergelijking is hierboven beschreven maar er wordt geen rekening gehouden met een afwijkende P50, door een verschuiving van de curve. De resultaten zullen dan verkeerd zijn. In de klinische praktijk zullen patiënten waarbij een bloedgas wordt afgenomen meestal ook een abnormale pH, temperatuur en base excess (BE) hebben waardoor de meetapparatuur routine matig deze factoren meeneemt in de berekening van de saturatie uit de PO2. Er worden verschillende formules gebruikt om te corrigeren voor de verschuiving van de curve, hieronder staat een voorbeeld (Severinghaus, 1966; Thomas, 1972): 

  

Vergelijking 3: PO2 uitgedrukt in kPa en temperatuur (T) in °C.  

De verkregen PO2 kan dan in vergelijking 2 worden ingevoerd voor het verkrijgen van de saturatie.(Thomas, 1972)

........

Last Updated ( Sunday, 14 September 2008 )
 
Top! Top!